Cycling- en mountainbikeclub Ghostbikers Sleidinge VZW

ZATERDAG 7 OKTOBER – GRAVELEN IN DE BORINAGE

Hoeveel keer in je leven bezoek je een streek zoals de Borinage? Een regio die moeilijk te bereiken is vanaf Slenne, de meeste bekende stad is Bergen/Mons waar ex-premier Di Rupo de scepter zwaait. En hij is ook de hint naar het verleden van deze regio als zoon van een Italiaanse gastarbeider. Veel van onze Vlaamse voorouders zijn er ooit tewerkgesteld als mijnwerkers en pendelden met de trein wekelijks naar deze regio om er soms in erbarmelijke omstandigheden het zwarte goud te ontginnen.

Startplaats was het prachtige vorstelijke kasteel van Beloeil, ook al gelegen in een verloren hoek van Henegouwen. De regio – eigenlijk net ten noorden van de Borinage – wordt gekenmerkt door grote bossen waarbij het Drongengoed en het Leen in het niets verzinken. Bossen waar ook de fietser nog de ruimte krijgt om ze te ontdekken, iets waar de bosbeheerders in Vlaanderen met hun steeds groter wordende beteugeling ten aanzien van fietsers iets kunnen van leren. Was het traject niet licht heuvelend en  de infoborden niet franstalig, je waande je in de Limburgse Kempen. De streek is ook rijk aan kanalen en kanaaltjes waar je soms bij god niet weet waar ze naartoe lopen.

Helemaal in het zuiden tegen de Franse grens aan kom je in het dorpje Bernissart waar men ooit bij toeval, bij het graven naar steenkool, op een dinosauruskerkhof stootte. 22 volledige Iguanodonskeletten werden eind 19de eeuw opgegraven. Het was wereldnieuws!

Helaas geen tijd om het museum te bezoeken, dorst en honger brachten ons in een lokaal cafeetje die belachelijk lage prijzen aanrekende voor onze drankjes, tot ongeloof van Toon.  

Zonder het te weten vertoefden we plotseling in Frankrijk, waar de terrils, schachttorens en ondergelopen mijnsites getuigen zijn van het teloorgegane industriële verleden van de streek. Het moet gezegd worden, de Fransen hebben er – bij de reconversie van de regio – iets moois van gemaakt. De ondergelopen sites zijn nu prachtige grote vijvers en de baantjes errond – meestal oude spoorwegen – zijn nu een paradijs voor gravelaars.

Het laatste deel van de tocht – inmiddels bij zomerse temperaturen – reden we langs het kanaal Ath-Blaton richting Beloeil. Kanaal is een groot woord, het is een smal kanaaltje met heel veel fotogenieke sluisjes, van enige industriële bedrijvigheid is geen sprake.

En zo kwam aan prachtige dag een einde, ik kijk al uit naar een volgende trip in de streek! Volgende keer oostwaarts richting Bergen – La Louvière, het hart van de Borinage.

Foto’s en organisatie Dirk Schamp